ECLI:NL:CRVB:2022:977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WIA-uitkering wegens onzorgvuldig medisch onderzoek
Appellant is sinds 2011 arbeidsongeschikt door psychische klachten en ontving een WIA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 maart 2020 na een medisch onderzoek en een telefonische beoordeling, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn medische situatie verslechterd was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV onvoldoende zorgvuldigheid in acht heeft genomen, omdat het medisch onderzoek bijna een jaar oud was en slechts telefonisch contact met appellant plaatsvond. Ook in bezwaar vond slechts een beperkt onderzoek plaats. Hierdoor is niet voldaan aan de eisen van zorgvuldigheid en volledige heroverweging.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen waarbij appellant fysiek medisch wordt onderzocht. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.