ECLI:NL:CRVB:2023:1943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij opschorting bijstandsrecht
Appellant ontving bijstand sinds april 2018 en zijn recht daarop werd op 1 december 2020 opgeschort vanwege het niet aanleveren van gevraagde stukken over de verkoop van zijn woning. Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze opschorting niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een hernieuwde beslissing. Het dagelijks bestuur nam daarop een nader besluit waarbij de opschorting werd herroepen en de bijstand vanaf 11 december 2020 werd ingetrokken wegens te veel vermogen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat met het nader besluit volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor ontbrak het appellant aan procesbelang om het hoger beroep voort te zetten.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk in op de zaak. Appellant kreeg geen vergoeding voor proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A.J. Schaap op 9 oktober 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.