ECLI:NL:CRVB:2023:1945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding Wmo 2015
Appellante ontving een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, waarin een maatwerkvoorziening voor het voeren van een huishouden werd toegekend voor de periode van 1 mei 2020 tot en met 30 april 2021.
Het bezwaar tegen dit besluit werd door het college niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante tijdig had kunnen bezwaar maken gezien haar kennis van de omvang van de maatwerkvoorziening.
In hoger beroep voerde appellante dezelfde gronden aan zonder nieuwe argumenten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 20 oktober 2023.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.