ECLI:NL:CRVB:2023:2010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren na verhuizing naar Frankrijk
Appellant woonde vanaf 1 maart 2002 in Frankrijk en had zijn werkzaamheden bij de Nederlandse overheid definitief gestaakt. Hij kreeg een ouderdomspensioen toegekend met een korting van 36% wegens achttien niet-verzekerde jaren. Appellant stelde dat hij met zijn voormalige werkgever afspraken had gemaakt over voortzetting van pensioenopbouw en dat hij jaarlijks premies volksverzekeringen had betaald via loonheffing.
De Raad stelde vast dat appellant vanaf zijn verhuizing niet meer verzekerd was voor de Nederlandse AOW omdat hij niet meer voldeed aan de eisen van woon- of arbeidssituatie in Nederland. De toezeggingen van de werkgever konden niet aan de Sociale Verzekeringsbank worden toegerekend, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. Ook het Poprawa-beleid bood geen grond voor herstel van de korting, omdat geen premies volksverzekeringen onterecht waren ingehouden zonder restitutie.
De Raad concludeerde dat de korting van 36% terecht werd toegepast en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: De korting van 36% op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren na verhuizing naar Frankrijk wordt bevestigd.