ECLI:NL:CRVB:2023:2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogensoverschrijding door boomgaard in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet, maar het college trok deze bijstand in en vorderde de kosten terug vanwege het bezit van een boomgaard in Turkije. Uit onderzoek bleek dat de boomgaard een waarde had die ruimschoots hoger was dan het vrij te laten vermogen. Appellanten stelden dat zij niet konden beschikken over de boomgaard vanwege beslagen, maar konden dit niet aannemelijk maken. Ook voerden zij aan dat de waarde van de boomgaard lager was dan vastgesteld, maar de Raad oordeelde dat de taxatiewaarde en andere stukken dit niet ondersteunen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat beschikken betekent dat men de bezitting kan gebruiken om in noodzakelijke kosten te voorzien, en dat het feit dat de boomgaard met beslagen werd gekocht impliceert dat deze beslagen de beschikking niet belemmerden. De waarde van de boomgaard werd vastgesteld op minimaal €41.348,80, wat boven de vermogensgrens ligt.
De intrekking en terugvordering van de bijstand blijven daardoor in stand. Appellanten krijgen geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens beschikking over een boomgaard met waarde boven de vermogensgrens.