ECLI:NL:CRVB:2023:2042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid 74,99% en toekenning WGA-vervolguitkering
Appellant, werkzaam als jeugdbeschermer/maatschappelijk werker, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg meerdere keren een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid vast van 74,99% en kende een WGA-vervolguitkering toe.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren erkend en dat hij niet geschikt zou zijn voor de geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de vastgestelde beperkingen juist.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde nieuwe medische stukken aan, maar deze betroffen een latere periode dan de datum in geschil. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en bevestigde het besluit tot toekenning van de WGA-vervolguitkering met 74,99% arbeidsongeschiktheid.
De Raad vond geen aanleiding om het medisch oordeel te herzien en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 74,99% en de toekenning van de WGA-vervolguitkering.