ECLI:NL:CRVB:2023:2058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in sociaalzekerheidszaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante, waarna het hoger beroep is ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, inclusief griffierecht. Daarnaast is de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, die in deze zaak bijna drie maanden te lang was.
De overschrijding van de redelijke termijn wordt deels toegerekend aan de bestuursrechterlijke fase, waarbij de coronacrisis als een uitzonderlijke omstandigheid is erkend die de termijn verlengt. De Raad heeft ook de proceskosten van appellante in verband met het verzoek om schadevergoeding toegewezen. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 8 november 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en de Staat tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.