ECLI:NL:CRVB:2023:209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens opzettelijk onjuiste gegevens over hoofdverblijf hulp
Appellante ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok dit pgb met terugwerkende kracht in en vorderde de geldswaarde van het pgb terug, omdat appellante onjuiste informatie had verstrekt over het hoofdverblijf van haar hulp.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet willens en wetens onjuiste of onvolledige gegevens had verstrekt en dat een verkeerd ingevuld formulier onvoldoende is voor het aannemen van opzet.
De Raad oordeelde dat uit het onderzoek aannemelijk is geworden dat de hulp zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante, terwijl dit niet juist was opgegeven. Dit was opzettelijk, aangezien het om essentiële informatie ging die tweemaal onjuist werd verstrekt. De Raad verwierp het verweer van appellante en bevestigde de intrekking en terugvordering van het pgb.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van het pgb bevestigd.