Uitspraak
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
- verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 2 maart 2021 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant kreeg een voorlopig ouderdomspensioen toegekend van 86% van het volledige pensioen vanwege een korting van 14% over de periode 1985-1993, omdat hij toen niet verzekerd was voor de AOW. Deze korting werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de rechtbank, die oordeelde dat alleen ingezetenen van het in Europa gelegen deel van Nederland verzekerd zijn voor de AOW.
Appellant voerde aan dat hij onterecht werd uitgesloten omdat hij in de Nederlandse Antillen had gewoond, die een eigen pensioenstelsel kent en onderdeel is van het Koninkrijk der Nederlanden. De Raad bevestigde echter de vaste rechtspraak dat de AOW alleen van toepassing is op het Europese deel van Nederland, en dat het Statuut van het Koninkrijk dit niet anders maakt.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het eerdere besluit was ingetrokken en beoordeelde het nieuwe besluit inhoudelijk. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard, waardoor de korting van 14% op het pensioen in stand blijft. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de korting van 14% op het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.