ECLI:NL:CRVB:2016:1225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking AOW-pensioen voor periode verblijf in Suriname vóór 1975
Appellant, geboren in 1948 in Suriname en sinds 1975 woonachtig in Nederland, vroeg AOW-pensioen aan. De Sociale Verzekeringsbank kende hem slechts 78% van het maximale pensioen toe, omdat hij niet verzekerd was voor de periode dat hij in Suriname woonde. Appellant voerde aan dat deze beperking discriminerend is en in strijd met het EVRM en andere verdragen, mede vanwege zijn eerdere aansluiting bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie waarin 'het Rijk' wordt beperkt tot het Europese deel van het Koninkrijk, waardoor Suriname buiten de kring van verzekerden valt. Ook het beroep op discriminatie naar woonplaats en ras faalt, omdat de regeling objectief gerechtvaardigd is.
Verder oordeelt de Raad dat de gelijkstelling van wonen buiten het Rijk met wonen binnen het Rijk slechts geldt voor overgangsvoordelen en niet voor de verzekerde jaren na invoering van de AOW. De hoorplicht is niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het beroep van appellant af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit om slechts 78% AOW-pensioen toe te kennen wordt bevestigd.