ECLI:NL:CRVB:2023:2164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Gijzen
- K.H. Sanders
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende 24-uurszorgbehoefte
Appellante, bekend met multi-problematiek waaronder een depressieve stoornis en een licht verstandelijke beperking, heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ heeft deze aanvraag afgewezen op basis van medische adviezen waarin is vastgesteld dat geen sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur zorg in de nabijheid of permanent toezicht.
De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, stellende dat de medische adviezen waarop het CIZ zich baseerde, juist waren en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellante levenslang op Wlz-zorg is aangewezen. Ook de door appellante aangevoerde stukken die 24-uurszorg zouden rechtvaardigen, boden volgens de rechtbank geen steun voor haar standpunt.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat 24 uur zorg noodzakelijk is en verbetering niet te verwachten is. De Raad heeft deze stellingen onderzocht en oordeelt dat het CIZ terecht heeft geconcludeerd dat de zorgbehoefte niet zodanig is dat 24-uurszorg permanent noodzakelijk is. De aanvullende informatie van zorginstellingen bevestigt dat er nog behandelmogelijkheden zijn en dat de huidige zorgvorm passend is.
De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wlz-zorgaanvraag bevestigd.