ECLI:NL:CRVB:2023:2183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Ziektewet-uitkering
Appellant had een aanvraag voor een Ziektewet-uitkering per 1 juni 2011 ingediend, die door het UWV werd afgewezen. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij zijn standpunt, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde dat hij op genoemde datum arbeidsongeschikt was door PTSS, ASS en stressklachten, maar kon dit niet met objectiveerbare medische stukken onderbouwen.
In hoger beroep heeft het UWV op 13 juli 2023 alsnog een besluit genomen waarbij appellant met terugwerkende kracht een Ziektewet-uitkering werd toegekend. Hierdoor was het oorspronkelijke bestreden besluit onrechtmatig en was het doel van het hoger beroep bereikt.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid, en dat appellant dit miste omdat het UWV zijn bezwaar volledig had ingewilligd. Ook het stressvolle karakter van de procedure en het ontbreken van een schadevergoedingverzoek boden geen grond voor procesbelang. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en kreeg appellant geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat het UWV het bezwaar volledig heeft gehonoreerd.