ECLI:NL:CRVB:2023:2184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum draagkrachtvaststelling studiefinanciering niet met terugwerkende kracht
Appellante heeft een studieschuld opgebouwd door eerdere studiefinanciering en heeft in verschillende jaren aflosvrije perioden toegekend gekregen. Zij verzocht om haar draagkracht met terugwerkende kracht vast te stellen over deze aflosvrije perioden, omdat zij onvoldoende geïnformeerd zou zijn door DUO over de mogelijkheden en gevolgen van aflosvrije perioden versus draagkrachtvaststelling.
De minister wees dit verzoek af en stelde dat op grond van de Wet studiefinanciering 2000 draagkracht alleen voor de resterende aflosfase kan worden vastgesteld, niet met terugwerkende kracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de informatievoorziening via de DUO-website voldoende was en dat het op de weg van appellante lag om bij onduidelijkheden gericht navraag te doen.
De Raad overwoog dat eventuele leemtes in de informatievoorziening niet leiden tot toepassing van de hardheidsclausule die zou afwijken van dwingend recht. De Raad concludeerde dat de ingangsdatum van de draagkrachtvaststelling terecht is vastgesteld en dat het hoger beroep moet worden afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de draagkrachtvaststelling niet met terugwerkende kracht kan worden vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.