ECLI:NL:CRVB:2023:2199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens schouderklachten. Het UWV heeft op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft de uitkering geweigerd. De rechtbank heeft deze weigering bevestigd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen door een nekhernia en chronisch pijnsyndroom werden onderschat. Zij overwoog nieuwe medische rapporten en stelde dat chronische pijn als ziekte moet worden erkend.
De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie nauwkeurig heeft beoordeeld, inclusief de aard van de nekhernia en het chronisch pijnsyndroom. De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend zijn.
Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.