ECLI:NL:CRVB:2023:2271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente
Appellante was ingeschreven in een gemeente en ontving bijstand, maar verbleef gedurende bijna anderhalf jaar bij haar moeder in een andere plaats. Het dagelijks bestuur trok de bijstand in en vorderde de kosten terug omdat appellante niet in de gemeente woonde en dit niet had gemeld, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij tijdelijk buiten de gemeente verbleef vanwege medische redenen en dat haar woning niet bewoonbaar was. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van een tijdelijke wijziging van woonplaats met vooropgezet tijdelijk karakter, omdat appellante nooit in haar eigen woning is gaan wonen gedurende de periode.
Daarnaast faalde het beroep op de zesmaandenjurisprudentie, omdat die alleen geldt bij een bevoegdheid tot terugvordering en niet bij een verplichting, zoals hier het geval was vanwege de schending van de inlichtingenplicht. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit, handhaafde de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd omdat appellante niet in de gemeente woonde en de inlichtingenplicht schond.