ECLI:NL:RBZWB:2022:2771
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht en verblijf elders
Eiseres ontving vanaf 3 september 2018 een bijstandsuitkering vanuit de gemeente waar zij stond ingeschreven. Het Werkplein trok de uitkering in over de periode van 3 september 2018 tot en met 19 februari 2020 en vorderde een bedrag van €22.103,46 terug, omdat eiseres niet op het opgegeven adres woonde maar bij haar moeder verbleef in een andere gemeente.
Eiseres stelde dat zij door medische omstandigheden niet in haar woning kon verblijven en dat zij niet de inlichtingenplicht had geschonden. Zij voerde ook aan dat de terugvordering onevenredig bezwarend zou zijn. Het Werkplein betoogde dat eiseres haar verblijf elders had moeten melden en dat de inlichtingenplicht objectief is, waarbij verwijtbaarheid niet relevant is.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen hoofdverblijf had in de gemeente die de uitkering verstrekte en dat zij de inlichtingenplicht had overtreden. Het feit dat zij niet kon verblijven in haar woning en de wens om daar te wonen, rechtvaardigt geen bijstandsuitkering. Ook was er geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.