ECLI:NL:CRVB:2023:2309
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking wegens vermeende vooringenomenheid rechter
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter van de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep, stellende dat deze onvoldoende voorbereid was en haar gemachtigde niet de gelegenheid gaf om verzoeken duidelijk toe te lichten.
De Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro, waarbij het uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Uit het proces-verbaal van de zitting van 2 oktober 2023 bleek dat de rechter wel degelijk voorbereid was en de gemachtigde uitgebreid aan het woord kwam.
De kritische vragen van de rechter werden niet gezien als aanwijzing voor vooringenomenheid, maar als onderdeel van een zorgvuldige procedure. De Raad concludeerde dat de gestelde feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om de onpartijdigheid van de rechter aan te tasten.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is op 20 november 2023 in het openbaar uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.