ECLI:NL:CRVB:2023:2365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing WIA
Appellante stelde hoger beroep in tegen een UWV-beslissing inzake de WIA-uitkering en vorderde schadevergoeding. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij zij volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten, griffierecht en wettelijke rente.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeeld kan worden tot vergoeding van kosten en schade indien het bestuursorgaan aan de bezwaren tegemoetkomt en het beroep wordt ingetrokken. De Raad stelde vast dat het UWV reeds proceskosten in beroep had vergoed, maar veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep, reiskosten en griffierecht.
Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering gehonoreerd, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie over de berekeningswijze. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander namens de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2023.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten, reiskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaren.