Appellant ontving sinds 2006 een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2020 heeft het UWV een herbeoordeling uitgevoerd naar aanleiding van een onderzoek naar professionele gokactiviteiten van appellant, wat leidde tot een vermoeden van verbeterde belastbaarheid.
Een verzekeringsarts stelde vast dat appellant belastbaar is met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van oktober 2020, waarbij een arbeidsdeskundige passende voorbeeldfuncties selecteerde met een arbeidsongeschiktheid van 0%. Het UWV beëindigde daarop de Wajong-uitkering per 17 december 2020. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de gokactiviteiten niet tot een verbeterde belastbaarheid leiden en dat zijn diagnose ten onrechte is afgezwakt. De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist en overtuigend zijn, dat de beperkingen passend zijn opgenomen in de FML en dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant. Er is geen aanleiding een deskundige te benoemen.
De Raad bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de beëindiging van de Wajong-uitkering in stand blijft. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.