ECLI:NL:CRVB:2023:2431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld aan werkneemster bevestigd ondanks procedurele onjuistheid bezwaar
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde ziekengeld toe te kennen aan de werkneemster van appellante met ingang van 2 augustus 2017. Appellante maakte bezwaar, dat door het Uwv niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het bezwaar onontvankelijk en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep (CRvB) oordeelt dat de rechtbank ambtshalve ten onrechte de tijdigheid van het bezwaar heeft beoordeeld en het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De CRvB past sinds 2021 het uitgangspunt toe dat de bestuursrechter de tijdigheid van bezwaar niet ambtshalve mag toetsen. Hierdoor vernietigt de Raad de eerdere uitspraak en behandelt het de inhoudelijke gronden van het beroep. Uit het medisch onderzoek van bedrijfsarts, primaire arts en verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat de werkneemster niet arbeidsongeschikt was per 2 augustus 2017. De Raad volgt het standpunt van het Uwv dat er sprake was van een verkeerde match en geen medische grondslag voor arbeidsongeschiktheid.
Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding, maar wel vergoeding van het betaalde griffierecht omdat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. De weigering van ziekengeld blijft in stand. De uitspraak is gedaan door C. Karman namens de CRvB op 21 december 2023.
Uitkomst: De weigering van ziekengeld aan de werkneemster blijft in stand, ondanks vernietiging van de eerdere uitspraak wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.