ECLI:NL:CRVB:2023:2451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij beëindiging Ziektewet-uitkering
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van haar Ziektewet-uitkering per 14 juli 2020 door het Uwv. Na een eerste besluit van het Uwv om de uitkering te beëindigen, en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank Oost-Brabant, heeft het Uwv bij een nieuw besluit van 2 augustus 2023 het bezwaar alsnog gegrond verklaard en de uitkering ongewijzigd voortgezet vanaf 14 juli 2020.
Hierdoor is het doel van het hoger beroep van appellante bereikt en ontbreekt het aan een voldoende procesbelang om het hoger beroep inhoudelijk te behandelen. Appellante heeft nog verzocht om een oordeel over de behandeling van een klacht en vermeend frauduleus handelen van het Uwv, evenals om herziening van een onherroepelijke uitspraak, maar deze verzoeken zijn niet ontvankelijk bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad benadrukt dat zij alleen geschillen beslecht en niet louter principiële vragen beantwoordt. Het verzoek om herziening wordt doorgezonden naar de rechtbank die de oorspronkelijke uitspraak heeft gedaan. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.