Uitspraak
OVERWEGINGEN
25 juli 2023 zijn onvoldoende om hierover anders te oordelen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV wees deze af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. In een eerdere tussenuitspraak oordeelde de Raad dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van november 2020 onvoldoende rekening hield met haar psychische beperkingen, met name de noodzaak van vaste rustmomenten en sociale ondersteuning.
Het UWV heeft de FML daarop aangepast in februari 2023, waarna een arbeidskundig rapport stelde dat appellante 15,73% arbeidsongeschikt is en geschikte functies kon verrichten. Appellante bracht tegenrapporten in, maar deze bevatten onvoldoende objectieve medische gegevens om de aangepaste FML ter discussie te stellen.
De Raad concludeert dat de aangepaste FML een juiste medische grondslag biedt en dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. Wel vernietigt de Raad het bestreden besluit wegens eerdere gebreken en wijst het proceskosten toe aan appellante. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard, met inachtneming dat de rechtsgevolgen in stand blijven.