Uitspraak
21.3332 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Werknemer viel sinds 31 oktober 2012 uit voor zijn werk als eindredacteur en ontving vanaf 2014 een WIA-uitkering met verschillende herbeoordelingen van zijn arbeidsongeschiktheid. Appellante, de ex-werkgever, betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en verzocht om herbeoordeling, waarna UWV de arbeidsongeschiktheid uiteindelijk vaststelde op 74,25% per 1 november 2019.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de geselecteerde functies passend waren binnen de beperkingen van werknemer. Appellante stelde in hoger beroep dat werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat de beperkingen groter zijn dan vastgesteld, onder meer omdat werknemer zijn vrijwilligerswerk moest beëindigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is en dat de aanvullende medische stukken geen aanleiding geven het oordeel te herzien. De Raad volgt de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige, die rekening hielden met de beperkingen van werknemer, waaronder een verschrijving in het rapport die niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad bevestigt dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van werknemer niet overschrijden en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen aanleiding gezien voor een andere beoordeling van de arbeidsongeschiktheid of voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer terecht is vastgesteld op 74,25% en wijst het hoger beroep af.