Uitspraak
1 oktober 2021, 20/4878 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een loongerelateerde WGA-uitkering ontvangen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 63,27%, vastgesteld door het Uwv. Na bezwaar en beroep is deze mate verhoogd naar 70,92% na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels vanwege onvoldoende motivering van de verzekeringsarts omtrent beperkingen bij een hoog handelingstempo, maar handhaafde het arbeidsongeschiktheidspercentage. Appellante stelde dat haar beperkingen, met name handklachten en vermoeidheid, onderschat waren en dat zij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het aanvankelijke zorgvuldigheidsgebrek bij het medisch onderzoek in hoger beroep was hersteld door een aanvullend lichamelijk onderzoek. De beperkingen van appellante zijn niet onderschat en de geselecteerde functies zijn passend. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 70,92% wordt bevestigd.