Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Samenvatting
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een vervoersvoorziening op grond van de Beleidsregels vervoersvoorzieningen voor minima-ouderen, die het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op 8 oktober 2020 beëindigde vanwege een te hoog inkomen in 2019.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat niet vaststaat dat de griffierechtnota correct is ontvangen en de termijn om te betalen te kort was.
De Raad behandelt het beroep inhoudelijk en oordeelt dat het college het inkomen terecht heeft vastgesteld op basis van het fiscaal inkomen volgens de beleidsregels, niet het belastbaar inkomen volgens de Belastingdienst. Verder is de hoorplicht niet geschonden omdat het college vanwege coronamaatregelen mocht volstaan met een telefonische hoorzitting, die appellant echter weigerde.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de beëindiging van de vervoersvoorziening. Vergoeding van proceskosten en griffierecht is niet aan de orde omdat appellant in hoger beroep is vrijgesteld van betaling.
Uitkomst: De beëindiging van de vervoersvoorziening wegens te hoog inkomen blijft in stand.