ECLI:NL:CRVB:2023:273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig UWV-onderzoek
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, met name psychische klachten zoals ADHD en dyslexie, en lichamelijke beperkingen werden onderschat. Hij overlegde nieuwe medische rapporten, waaronder van een GZ-psycholoog en een orthopedisch chirurg. Het UWV reageerde met een aanvullend rapport.
De Raad concludeerde dat het UWV de beperkingen adequaat had meegewogen, ook de psychische aspecten, en dat de nieuwe stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De arbeidsdeskundige had bovendien gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.