Uitspraak
21 2139 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Wajong-uitkering.
30 november 2020 moet worden afgewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker vroeg herziening van de uitspraak van 30 november 2020 over zijn Wajong-uitkering, waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op de uitkering vanwege voldoende arbeidsparticipatie tussen zijn 18e en 23e jaar.
Verzoeker stelde dat zijn epilepsieklachten sinds 2021 waren toegenomen, maar dit betrof een periode na de relevante beoordelingsjaren (2010-2015). De Raad oordeelde dat deze nieuwe omstandigheden niet voldeden aan de voorwaarden voor herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro.
De Raad benadrukte dat herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak, maar alleen voor nieuwe feiten of omstandigheden die bij eerdere beoordeling niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
Omdat verzoeker geen nieuwe feiten over de relevante periode had aangevoerd, werd het verzoek om herziening afgewezen zonder verdere inhoudelijke behandeling.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de Wajong-uitkeringsuitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.