ECLI:NL:CRVB:2020:2979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen bevestigd ondanks motiveringsgebrek
Betrokkene vroeg op 9 oktober 2015 een Wajong-uitkering aan vanwege epilepsie. Het UWV wees de aanvraag af omdat betrokkene over arbeidsvermogen beschikte, gebaseerd op verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV niet had beoordeeld of betrokkene volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was volgens het oude wettelijke kader.
In hoger beroep stelde het UWV dat het nieuwe beoordelingskader van de Wajong 2015 van toepassing is en dat betrokkene op zijn achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna arbeidsvermogen had. De Raad oordeelde dat het UWV terecht het nieuwe kader toepaste en dat betrokkene ondanks zijn epilepsie in staat was tot arbeidsparticipatie, mede gezien de aard van de taak ‘broodjesbeleggen’ en de benodigde voorzieningen.
Hoewel het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was over de taakgeschiktheid, werd dit gebrek gepasseerd omdat het geen nadelige gevolgen had voor betrokkene. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De aanvraag van betrokkene om een Wajong-uitkering is terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.