Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:287

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 februari 2023
Publicatiedatum
16 februari 2023
Zaaknummer
20/3584 WAJONG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 24 oktober 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in bij brief van 9 november 2022 en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en dat het verzoek tot kostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro kon worden toegewezen. De proceskosten werden begroot op €3.705,- voor verleende rechtsbijstand en €10,60 aan reiskosten.

De Raad veroordeelde het UWV in de kosten van appellant tot een totaalbedrag van €3.715,60. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 15 februari 2023.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld in de proceskosten van appellant na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 februari 2023
20/3584 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 september 2020, 19/6157 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.W. van de Wege, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 24 oktober 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 9 november 2022 heeft mr. Van de Wege namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 oktober 2022 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.194,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting), € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 837,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). De reiskosten die appellant heeft moeten maken in verband met het bijwonen van de zitting bij de rechtbank, komen tot een bedrag van
€ 10,60 (openbaar vervoer 2e klas) voor vergoeding in aanmerking. In totaal bedraagt de kostenvergoeding voor verleende rechtsbijstand € 3.705,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.715,60.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai