ECLI:NL:CRVB:2023:336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin hem een WGA-uitkering werd toegekend, maar een IVA-uitkering werd geweigerd wegens het ontbreken van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant niet duurzaam zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had aangegeven dat pijnbestrijding de belastbaarheid zou kunnen verbeteren en dat er nog gerichte behandelopties openstonden. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor gangbare arbeid op basis van duurzame beperkingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de arbeidsongeschiktheid wel duurzaam is, onderbouwd met een rapport van Lechner Consult en een verklaring van zijn behandelend specialist. De Raad oordeelt echter dat de inschatting van de verzekeringsarts op de datum in geding leidend is en dat de prognose van mogelijke verbetering na pijnbehandeling voldoende is onderbouwd.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellant geen recht heeft op een IVA-uitkering, omdat zijn situatie niet medisch stabiel of verslechterend is en er nog reële herstelkansen zijn. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een WGA-uitkering maar geen IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid.