ECLI:NL:CRVB:2023:355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en machtiging
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellant werd bij brief van 5 september 2022 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken, maar liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan.
Vervolgens werd bij aangetekende brief van 6 oktober 2022 opnieuw een termijn van vier weken gesteld om alsnog beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ook deze termijn werd niet benut. Daarnaast werd de gemachtigde verzocht een schriftelijke machtiging in te zenden, zoals vereist voor de hoger beroepsprocedure, maar ook deze werd niet tijdig verstrekt ondanks herhaalde verzoeken.
Gezien het ontbreken van beroepsgronden en machtiging is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek en griffier J.M. Labage op 22 februari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en machtiging.