ECLI:NL:CRVB:2023:362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kwijtscheldingsverzoek bij terugvordering bijstand wegens niet voldoen aan beleidsregels
Appellanten ontvingen bijstand in de vorm van renteloze geldleningen voor woonkosten, die later door het college werden teruggevorderd vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden. Appellanten verzochten om kwijtschelding van deze terugvordering, maar het college wees dit verzoek af op grond van de geldende beleidsregels en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overweegt dat de hoogte van de vordering en de berekening daarvan in rechte vaststaan en niet ter beoordeling liggen. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalt, omdat appellanten niet voldoen aan de voorwaarden en de aangevoerde omstandigheden, zoals de verhuizing en financiële problemen, geen bijzondere omstandigheden vormen.
Daarnaast is het beroep op dringende redenen om af te zien van terugvordering niet ontvankelijk, aangezien dit onderdeel uitmaakt van het terugvorderingsbesluit met formele rechtskracht. Het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM wordt eveneens verworpen, omdat appellanten geen eigendom wordt ontnomen.
De Raad wijst er verder op dat appellanten uitstel van betaling hebben gekregen en bescherming genieten van de beslagvrije voet. Het college heeft toegezegd de financiële situatie van appellanten te beoordelen en een aflossingsregeling te treffen, met uitzicht op kwijtschelding na 36 maanden aflossing. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het kwijtscheldingsverzoek bevestigd.