ECLI:NL:CRVB:2023:431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid 55-65%
Appellant, voormalig voorman lasser, heeft sinds 2013 fysieke en psychische klachten en ontvangt sinds 2017 een WGA-vervolguitkering van 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft in 2019 vastgesteld dat zijn beperkingen niet zijn toegenomen en een werkplan opgesteld op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Na bezwaar en beroep heeft een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige bevestigd dat de FML correct is en dat appellant niet meer arbeidsongeschikt is dan vastgesteld. De rechtbank heeft een onafhankelijk deskundige benoemd die dit oordeel onderschrijft. Appellant betwistte de zorgvuldigheid van het onderzoek en de geschiktheid van bepaalde functies, maar kon dit onvoldoende onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht de WGA-vervolguitkering ongewijzigd heeft voortgezet en dat het werkplan gebaseerd is op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. De Raad volgt de deskundigen en wijst de bezwaren van appellant af. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde voortzetting van de WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.