ECLI:NL:CRVB:2023:45
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit na ziekte
Appellant, werkzaam als ziek- en zorgbegeleider, meldde zich ziek met paniekaanvallen en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant 88,42% van zijn maatmaninkomen kon verdienen via geschikte functies. Het UWV beëindigde daarop de uitkering.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij werd geoordeeld dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend waren. In hoger beroep voerde appellant aan dat de functies niet overeenkomen met zijn belastbaarheid, onder meer vanwege werkomstandigheden zoals afgesloten ruimtes en deadlines.
De Raad oordeelt dat de belastbaarheid zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst onbetwist is en dat de arbeidsdeskundige voldoende heeft toegelicht dat de functies voldoen aan de beperkingen, zoals een rustige omgeving en het kunnen verlaten van de werkplek. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.