ECLI:NL:CRVB:2023:457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten hebben bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam bijstand aangevraagd en verzocht om toekenning met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2010. Het college kende de bijstand toe vanaf de datum van melding, 18 september 2020, en weigerde de terugwerkende kracht.
Appellanten stelden dat bijzondere omstandigheden, zoals medische klachten, beperkte taalbeheersing en gebrek aan begeleiding, rechtvaardigen dat bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat appellanten deze bijzondere omstandigheden onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt, onder meer door het ontbreken van medische stukken en onvoldoende bewijs dat zij eerder geen aanvraag konden indienen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat ook onbekendheid met regelgeving of gebrek aan voorlichting door het college geen bijzondere omstandigheden vormen. Het hoger beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.