ECLI:NL:CRVB:2023:461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening, intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en niet gemelde inkomsten
Appellant ontving bijstand sinds 2013 en individuele inkomenstoeslag over 2018-2019. Na ontdekking van een hennepkwekerij in een door appellant gehuurde woning in januari 2019 startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Het college besloot de bijstand over meerdere periodes te herzien, in te trekken en terug te vorderen, omdat appellant inkomsten uit contante stortingen en een hennepkwekerij niet had gemeld.
Appellant stelde dat hij slechts katvanger was en geen inkomsten uit de kwekerij had ontvangen, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat contante stortingen en betalingen van derden als inkomen worden beschouwd, ook als het leningen zouden zijn. De aanwezigheid van de hennepkwekerij en het ontbreken van melding rechtvaardigen intrekking van de bijstand over de betreffende periode.
Appellant kon niet aantonen recht te hebben op aanvullende bijstand omdat hij geen deugdelijke administratie van zijn inkomsten bijhield. Ook was de berekening van de terugvordering door het college voldoende gespecificeerd en toegelicht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.