ECLI:NL:CRVB:2023:50
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig UWV-onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als verkoper en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten, waarna het UWV hem ziekengeld toekende. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Later meldde appellant zich opnieuw ziek en vroeg opnieuw ziekengeld aan, maar dit werd door het UWV geweigerd op grond van een medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellant in staat was de geselecteerde functies te verrichten. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij sinds januari 2020 door toegenomen klachten, waaronder de in 2021 vastgestelde ziekte van Crohn, niet meer geschikt was. Hij overhandigde medische rapporten ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische beperkingen van appellant op de datum in geschil niet waren gewijzigd ten opzichte van de eerdere beoordeling. De latere diagnose van Crohn was niet relevant voor de situatie op de datum van het besluit. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd per 6 januari 2020 na zorgvuldig UWV-onderzoek.