ECLI:NL:CRVB:2023:549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling functionele beperkingen fibromyalgie
Appellant, laatstelijk werkzaam als productiemedewerker, ontving een Ziektewet-uitkering vanwege lichamelijke klachten sinds 2017. Na een eerstejaars ZW-beoordeling heeft het UWV de uitkering beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onderschreef.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, waaronder fibromyalgie en depressieve klachten, onderschat zijn en dat meerdere medische specialisten dit bevestigen. De Raad oordeelt dat in bijzondere gevallen een vrijwel eenduidige en medisch gemotiveerde opvatting vereist is om beperkingen verder te erkennen, maar dat appellant onvoldoende nieuwe medische informatie heeft aangeleverd om het oordeel van de verzekeringsarts te weerleggen.
De verzekeringsarts heeft de beperkingen van appellant inzichtelijk en navolgbaar gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met rug- en voetklachten, pijnklachten en depressieve symptomen. De Functionele Mogelijkhedenlijst van 28 oktober 2020 is juist vastgesteld en maakt aannemelijk dat appellant geschikt is voor licht fysiek en mentaal niet belastend werk. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.