Appellant ontvangt kinderbijslag en kindgebonden budget voor kinderen die in Marokko wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft het kindgebonden budget aangepast en een bedrag van €2.325,54 teruggevorderd door verrekening met een openstaande schuld van €9.928,71. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de Svb verklaarde deze ongegrond. De rechtbank Oost-Brabant wees het beroep van appellant af.
In hoger beroep stelt appellant dat de Svb niet bevoegd is tot terugvordering en verrekening van het kindgebonden budget. De Svb bevestigt dat de bevoegdheid tot herziening en terugvordering bij de Belastingdienst/Toeslagen ligt, en dat haar besluit alleen ziet op invordering via verrekening.
De Centrale Raad van Beroep onderzoekt haar bevoegdheid en concludeert dat de Awir niet in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak is opgenomen, waardoor zij niet bevoegd is het hoger beroep te behandelen. De zaak wordt doorverwezen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het betaalde griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.