ECLI:NL:CRVB:2023:615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening afgewezen wegens vaststellingsovereenkomst in sociale zekerheidszaak
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak uit 2020, waarin hij onder meer wilde dat werd vastgesteld dat hij ook bij twee andere bedrijven een dienstbetrekking had. De Raad stelde vast dat tussen verzoeker en het UWV een vaststellingsovereenkomst is gesloten op 15 mei 2020, waarin afspraken zijn gemaakt over uitkeringen en waarin finale kwijting is opgenomen. Deze overeenkomst sluit nieuwe verzoeken over de periode voor 1 mei 2020 uit.
De Raad oordeelde dat het verzoek tot herziening valt binnen de reikwijdte van deze vaststellingsovereenkomst en daarom niet inhoudelijk kan worden beoordeeld. Verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid om de rechtmatigheid of gebondenheid aan de vaststellingsovereenkomst aan de burgerlijke rechter voor te leggen.
Het eerdere besluit om het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk te verklaren wegens te late indiening werd in verzet herroepen, waarna het onderzoek werd voortgezet. Uiteindelijk werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vaststellingsovereenkomst. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een bindende vaststellingsovereenkomst.