ECLI:NL:CRVB:2023:691

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 april 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
20 / 4032 ZW-W3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 3 Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om wraking niet in behandeling genomen na openbaarmaking uitspraak

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Na de uitspraak van de enkelvoudige kamer op 22 maart 2023 diende verzoeker op 25 maart 2023 een verzoek om wraking in tegen de behandelend rechter.

De wrakingskamer oordeelt dat op grond van artikel 3, vierde lid, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 een verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen indien het is ingediend nadat de einduitspraak openbaar is gemaakt.

Omdat de uitspraak op 22 maart 2023 openbaar is gemaakt en het verzoek om wraking pas op 25 maart 2023 is ingediend, wordt het verzoek niet in behandeling genomen. Er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om wraking wordt niet in behandeling genomen omdat het na de openbaarmaking van de uitspraak is ingediend.

Uitspraak

20.4032 ZW-W3

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
Datum beslissing: 12 april 2023
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 5 november 2020, 19/1785, in het geding tussen verzoeker en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
In dit geding heeft S.B. Smit-Colenbrander (behandelend rechter) als lid van de enkelvoudige kamer op 22 maart 2023 uitspraak gedaan.
Op 25 maart 2023 heeft verzoeker een verzoek om wraking tegen de behandelend rechter ingediend.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 bepaalt dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.
3. In het voorliggende geval is op 22 maart 2023 in het openbaar uitspraak gedaan en is het verzoek ingediend op 25 maart 2023. Dat betekent dat het verzoek is gedaan nadat de uitspraak openbaar is gemaakt. De wrakingskamer zal het verzoek daarom niet in behandeling nemen.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat het verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en K.P.M. Jacobs en E.C.E. Marechal als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 april 2023.
De griffier De voorzitter
(getekend) P.W.J. Hospel (getekend) E.J.M. Heijs