Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:718

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
21/3443 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV met een besluit aan appellant was tegemoetgekomen. Op verzoek van appellant werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van bezwaar, beroep en hoger beroep.

De Raad stelde vast dat de intrekking van het hoger beroep plaatsvond op grond van de tegemoetkoming door het UWV. De proceskosten die voor vergoeding in aanmerking kwamen, betroffen onder meer de reiskosten van appellant voor het bezoeken van de zitting bij de rechtbank, kosten voor het inschakelen van een deskundige, en de kosten voor het onderzoek van een verzekeringsarts.

De totale proceskostenvergoeding bedroeg € 2.743,75, waarvan de Raad aannam dat de opgevoerde kosten redelijk en niet betwist waren door het UWV. De uitspraak werd gedaan door S. Wijna, in aanwezigheid van griffier M.D.F. Smit-de Moor, op 19 april 2023.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.743,75 aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 april 2023
21/3443 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
6 augustus 2021, 20/5968 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft meegedeeld zich tot het verzoek om proceskostenveroordeling te conformeren aan het oordeel van de Raad.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Awb is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met een besluit van
20 september 2022 aan appellant is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De in beroep gemaakte kosten die voor vergoeding in aanmerking komen betreffen de reiskosten van appellant voor het bezoeken van de zitting bij de rechtbank. Ook komen voor vergoeding in aanmerking de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken voor het inschakelen van een deskundige. De in hoger beroep gemaakte kosten die voor vergoeding in aanmerking komen betreffen de reiskosten van en de kosten voor het onderzoek van verzekeringsarts P.J.A.J. van Amelsfoort.
Appellant heeft de totale reiskosten begroot op € 596,-. Het Uwv heeft deze kosten niet bestreden en ook de Raad komt dat bedrag niet onaannemelijk voor. Appellant heeft verzocht om vergoeding van de kosten van het rapport van Van Amelsfoort ad € 2.147,75 (inclusief BTW). Het Uwv heeft dat bedrag niet betwist. De totale proceskostenveroordeling bedraagt
€ 2.743,75.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.743,75.
Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van M.D.F. Smit-de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 april 2023.
(getekend) S. Wijna
(getekend) M.D.F. Smit-de Moor