ECLI:NL:CRVB:2023:719

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
19 april 2023
Zaaknummer
21/1509 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

De appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV op 8 december 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen waarin het volledig aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam.

De Raad heeft vervolgens overwogen dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan (hier het UWV) op verzoek van de appellant kan worden veroordeeld in de proceskosten die in beroep en hoger beroep zijn gemaakt.

De Raad heeft de proceskosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep vastgesteld op elk €1.674,- en daarnaast de kosten van een deskundigenrapport van €788,85 toegewezen. De totale proceskostenvergoeding bedraagt €4.136,85. Het griffierecht wordt niet door de Raad vergoed, appellant kan dit rechtstreeks bij het UWV claimen.

De uitspraak is gedaan door rechter W.J.A.M. van Brussel en griffier S. Pouw op 19 april 2023.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.136,85 aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

21 1509 WIA

Datum uitspraak: 19 april 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
26 maart 2021, 20/1595 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 27 oktober 2022 een tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2022:2328.
Het Uwv heeft op 8 december 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 12 december 2022 heeft mr. M.H. Klijnstra namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Awb is nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 8 december 2022 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv de gemaakte kosten in de bezwaarfase al heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De kosten voor verleende rechtsbijstand worden begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.674,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting). Ook de door appellant gemaakte kosten van een deskundige voor het in beroep ingediende rapport van de Bureaus B.V., ter hoogte van € 788,85, komen voor vergoeding in aanmerking. De totale proceskostenvergoeding bedraagt € 4.136,85.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.136,85.
Deze uitspraak is gedaan door W.J.A.M. van Brussel, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 april 2023.
(getekend) W.J.A.M. van Brussel
(getekend) S. Pouw