ECLI:NL:CRVB:2023:724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met mentale klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld na medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar PTSS en andere klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief psychisch onderzoek en overleg met behandelaars. De FML was adequaat aangepast en gemotiveerd, en er was geen bewijs voor aanvullende beperkingen. De functies waarop het UWV de verdiencapaciteit baseerde, waren medisch geschikt.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het recht op ziekengeld bevestigd.