Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijstand aan naar de norm voor een alleenstaande, terwijl hij gehuwd was met Y, die op een ander adres woonde. Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk weigerde de bijstand toe te kennen omdat appellant en Y niet duurzaam gescheiden leefden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel duurzaam gescheiden leefde en dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden. Hij voerde aan dat hij zijn hoofdverblijf had in de gemeente [plaats], geen financiële of sociale verwevenheid meer had met Y en dat er een verzoek tot echtscheiding was ingediend.
De Raad oordeelde dat het enkele feit dat zij niet op hetzelfde adres woonden onvoldoende is om duurzaam gescheiden leven aan te nemen. De door appellant aangevoerde feiten waren onvoldoende concreet om duurzaam gescheiden leven vast te stellen. Het verzoek tot echtscheiding was na de te beoordelen periode ingediend en kon daarom niet worden meegewogen.
De Raad concludeerde dat appellant geen zelfstandig recht op bijstand had als alleenstaande en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand als alleenstaande wordt afgewezen omdat appellant niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote.