ECLI:NL:CRVB:2023:788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen appellant
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege ADHD, ODD en een laag IQ. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen op grond van het oordeel dat appellant arbeidsvermogen heeft, ondersteund door verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij is vastgesteld dat appellant in medische zin arbeidsvermogen bezit en basale werknemersvaardigheden heeft. De Raad heeft in hoger beroep het oordeel van de rechtbank gevolgd, ondanks de stelling van appellant dat hij niet in staat is om minimaal één uur aaneengesloten en vier uur per dag te werken.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling juist is en dat de informatie van behandelaars geen aanleiding geeft tot twijfel aan het arbeidsvermogen van appellant. Ook is vastgesteld dat beschut werk en intensieve begeleiding onder het begrip arbeidsvermogen vallen. De Raad wijst het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellant over arbeidsvermogen beschikt.