ECLI:NL:CRVB:2023:853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening wegens niet tijdig betalen griffierecht
Verzoekster heeft een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ingediend. Dit verzoek is op 7 juni 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door verzet in te dienen.
Op de zitting van 24 maart 2023, waar partijen niet verschenen, is het verzet behandeld. Verzoekster stelde dat er sprake was van een miscommunicatie over het griffierecht tussen verschillende zaken, waarvan één met het CAK als partij. De Raad oordeelde echter dat het griffierecht terecht was geheven en dat er geen sprake was van miscommunicatie.
De Raad licht toe dat in eerdere zaken met nummers 20/463 PW, 20/4235 PW en 20/364 ZVW het griffierecht wel was voldaan en inhoudelijk uitspraak was gedaan. Voor het verzoek om herziening met nummer 21/3570 PW moest opnieuw griffierecht worden betaald, wat te laat gebeurde. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht. Het verzet wordt ongegrond verklaard en het griffierecht van €131 wordt teruggestort. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt teruggestort.