ECLI:NL:CRVB:2023:878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-besluit wegens onvoldoende medisch onderzoek en motivering
In deze zaak stond de weigering tot het toekennen van een WIA-uitkering centraal. De Raad oordeelde in een tussenuitspraak dat het medisch onderzoek in de bezwaarfase niet zorgvuldig was verricht, waardoor het bestreden besluit onvoldoende was voorbereid en gemotiveerd. Het Uwv werd opgedragen dit gebrek te herstellen door een aanvullend medisch onderzoek.
Na uitvoering van deze opdracht onderzocht een verzekeringsarts bezwaar en beroep appellant op een spreekuur, waarna een gedetailleerd rapport werd opgesteld. Dit rapport concludeerde dat de belastbaarheid van appellant niet hoefde te worden aangepast en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat rekening hield met de klachten van appellant.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het medisch oordeel van het Uwv juist was en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellant. De eerdere onvoldoende motivering werd hiermee hersteld. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.