ECLI:NL:CRVB:2022:2650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid onvoldoende zorgvuldig onderzocht
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, werd door het UWV geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Het primaire medisch onderzoek vond plaats zonder spreekuurcontact met een geregistreerde verzekeringsarts. In bezwaar werd appellant telefonisch gehoord door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, maar ook hier ontbrak een spreekuurcontact.
De rechtbank Amsterdam oordeelde eerder dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en wees het beroep af. Appellant stelde in hoger beroep dat het ontbreken van een spreekuurcontact met een verzekeringsarts in bezwaar een zorgvuldigheidsgebrek oplevert, mede gelet op de relevante jurisprudentie.
De Raad bevestigt dat een spreekuurcontact in bezwaar in beginsel vereist is, tenzij de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd kan aantonen dat dit geen toegevoegde waarde heeft. De motivering van het UWV hiervoor is onvoldoende. Het medisch onderzoek in de bezwaarfase is daarom niet met de vereiste zorgvuldigheid uitgevoerd, wat leidt tot strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen door alsnog een spreekuuronderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep te laten uitvoeren. Hiermee wordt het gebrek in het bestreden besluit hersteld en de rechtsbescherming van appellant gewaarborgd.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herstellen door een spreekuuronderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep uit te laten voeren.