Uitspraak
21 1507 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
13 september 2019 heeft beëindigd op de grond dat zij per deze datum meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig callcentermedewerker, ontving een Ziektewetuitkering die door het Uwv werd beëindigd omdat zij volgens onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De medische beoordeling, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), hield rekening met haar bekkenklachten maar concludeerde geen noodzaak voor urenbeperking of aanvullende beperkingen. De arbeidskundige stelde vast dat zij geschikt was voor alternatieve functies met een resterende verdiencapaciteit van 88,33%.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, onder meer door bekkeninstabiliteit en fibromyalgie, onvoldoende waren meegewogen en dat een onafhankelijk deskundige benoemd moest worden. De Raad volgde dit niet, omdat de medische gegevens onvoldoende onderbouwing boden voor een andere beoordeling op de datum in geding. Ook de arbeidskundige onderbouwing werd als toereikend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het Uwv terecht de uitkering heeft beëindigd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De uitspraak werd gedaan door S. Wijna op 10 mei 2023.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.